GEBITSVERZORGING

Waarom is een gezond gebit belangrijk?
Gebitsaandoeningen komen veel voor bij honden. Meer dan 75% van de honden ouder dan 3 jaar heeft al last van gebitsproblemen zoals tandsteen en tandvleesontsteking. Bij jonge dieren komt het wel eens voor dat een melktand er niet uit gaat bij het wisselen, zodat de permanente tand naast de melktand komt te staan. Zo ontstaat er een ‘dubbele tand’. Zit de melktand er met een leeftijd van 7 à 8 maanden nog, dan is het verstandig deze te laten trekken.
Doordat er twee tanden zitten op de plek waar er maar één hoort te staan, kan er scheefgroei ontstaan van het blijvende gebit.
Er kunnen voedselresten achterblijven tussen de tanden, waardoor er bacteriegroei plaat vindt.
De kant-en-klare voeding van vandaag de dag zorgt er ook voor dat het gebit niet optimaal belast wordt, waardoor de tanden minder schoon blijven. In de natuur blijft het gebit schoon door het scheuren van vlees en de huid van de prooi.
Blikvoer, diner, zachte brokjes zijn niet bevorderlijk voor het gebit. Hoe meer een hond moet kauwen op het voedsel, hoe minder tandplaque er zal ontstaan.
Naast de pijn in de bek die dit kan veroorzaken, loopt het dier risico op het verspreiden van ontstekingen via de bloedbaan naar de rest van het lichaam. Hierdoor kunnen hartklep- of nierontstekingen ontstaan.

Hoe ontstaan gebitsaandoeningen?
De belangrijkste oorzaak van gebitsproblemen is de vorming van tandplaque en tandsteen. Tandplaque wordt voortdurend gevormd in de mondholte door bepaalde bestanddelen uit het speeksel. Het vormt een dun, plakkerig laagje op het gebit. Het bevordert de groei van bacteriën, wat weer leidt tot ontsteking van het tandvlees. Deze ontsteking is de belangrijkste oorzaak van een slechte adem bij de hond.
Als tandplaque niet regelmatig verwijderd wordt door middel van tanden poetsen (het liefst dagelijks) reageert het met het calcium in het speeksel en ontstaat er tandsteen.
Tandsteen ziet eruit als een geelbruine aanslag op de tanden en kiezen. Het hecht zich vast aan het gebit en kan niet meer door poetsen verwijderd worden. Het tandsteen zorgt ervoor dat het tandvlees omhoog geduwd wordt, waardoor daar ook ontstekingen ontstaan. Zonder behandeling breidt dit zich steeds verder uit en kunnen tanden en kiezen los komen te staan.

Hoe herkent u gebitsproblemen?
Omdat tandplaque met het blote oog niet zichtbaar is, zult u in het eerste stadium bij controle van de mondholte nog geen afwijkingen zien. Het eerste symptoom is vaak de slechte adem door een beginnende ontsteking van het tandvlees. Slechte adem is ook bij dieren niet normaal.
Ontstoken tandvlees ziet er rood uit, vooral aan de randen bij de overgang van tandvlees naar tanden en kiezen en bloedt snel bij aanraking.
Als de ontstekingen in de mondholte en het tandsteen zich uitbreiden, kan het dier klachten krijgen bij het eten en soms overmatig speekselen. In een vergevorderd stadium gaan tanden en kiezen los staan en dit kan leiden tot verlies van elementen. Dit is ook het stadium waarin belangrijke organen zoals hart, lever, nieren aangetast kunnen raken met alle gevolgen van dien.

Hoe ziet een gebitsbehandeling eruit?
Voor een gebitsbehandeling/reiniging moet uw hond onder narcose. lees ook Collies en Narcose
Eerst wordt beoordeeld of uw hond gezond genoeg is om onder narcose te gaan. Bij risicopatiënten en oudere dieren wordt vaak een preventief bloedonderzoek gedaan.
De nier- en de leverfunctie spelen namelijk een belangrijke rol bij het afbreken van narcosemiddelen. In een dergelijk geval zal een aangepast anesthesieprotocol worden toegepast.
Tijdens de ingreep worden tandplaque en tandsteen verwijderd met een tang, een krabbertje en een ultrasoon reinigingsapparaat. Belangrijk is ook dat de binnenkanten van tanden en kiezen gereinigd worden.
Soms kan het nodig zijn om gaatjes in kiezen te vullen. Honden hebben minder snel last van gaatjes dan mensen omdat ze geen zoete dingen eten.
Het kan gebeuren dat er tijdens de ingreep blijkt dat sterk aangetaste tanden en kiezen moeten worden verwijderd.
Nadat het gebit van uw hond volledig gereinigd is en alle tandplaque verwijderd kunt u het bijhouden met poetsen.

TIPS: Hoe kunt u gebitsproblemen voorkomen?
Het gebit van een hond heeft net als bij ons regelmatige verzorging nodig. Door het gebit van uw hond te poetsen kunt u de vorming van tandplaque en tandsteen grotendeels voorkomen. De meeste effectieve methode is om dagelijks te poetsen maar minstens 1 à 2x per week.
– Aanleren van poetsen in de vroege jeugd bij uw pup zal de acceptatie vergroten maar ook een wat oudere of volwassen hond zal na ongeveer vier weken wennen aan tanden poetsen.
– Vermijd elke vorm van dwang en bouw het rustig op.
– Begin met uw vinger of een vingertandenborstel met water om het dier te laten wennen. Wrijf zachtjes over de buitenkant van de tanden.
– Als dit goed gaat kunt u een honden- of een kindertandenborstel gebruiken.
– Tandpasta voor mensen is niet geschikt voor honden dus gebruik een speciale hondentandpasta. Deze hebben vaak ook een lekkere smaak waardoor het poetsen beter wordt geaccepteerd.
– Sommige honden accepteren op den duur zelfs een elektrische tandenborstel, wat voor een optimale reiniging zorgt.
– Beloon uw hond altijd na het poetsen, zodat het leuk blijft voor de hond.
– Er bestaan ook verschillende hondenspeeltjes die meehelpen om het gebit van uw hond schoon te houden.

Dierenartsenpraktijken besteden tegenwoordig ook steeds meer aandacht aan gebitsverzorging en staan u in de meeste gevallen graag te woord om u uit te leggen hoe u het beste het gebit van uw hond kunt verzorgen.