KLEURVERERVING

Basiskennis betreffende (kleur)vererving
Als u een nest puppies fokt, ook al doet u het maar één keer “voor de lol”, dient u zich te realiseren dat u met de keus van de beide ouderdieren bepaalt hoe de puppies er straks uit zullen gaan zien, welke genen ze mee kunnen krijgen die hun gezondheid en karakter beïnvloeden, etc.
Daarom is het heel belangrijk om op zijn minst wat basiskennis van de erfelijkheidsleer te hebben. We zullen proberen u een en ander een de hand van de kleurvererving te verduidelijken.

Voor verdergaande informatie verwijzen wij u naar de lectuur dienaangaande, en naar de cursussen Kynologische Kennis 1 en 2 die bij diverse kynologenverenigingen gegeven worden.

“Stratenplan”
Belangrijk voor het begrip van de erfelijkheid, is te weten dat de erfelijke eigenschappen vastliggen in chromosomen. Een chromosoom kan men zich voorstellen als een rijtje woningen, dat door muren verdeeld is in afzonderlijke huizen. Elk huis noemt men een locus. In ieder locus woont een gen. Ieder gen is verantwoordelijk voor een eigenschap, bijvoorbeeld de vachtkleur.
Nu komen deze chromosomen in paren voor. Wellicht kunt u zich dit voorstellen als twee tegenover elkaar liggende rijtjes huizen in een straat.
De twee genen die op dezelfde locus van elk van de twee chromosomen in een chromosomenpaar liggen (dus de twee precies tegenover elkaar wondende overburen in de straat) samen bepalen welke kleur de hond zal krijgen.

Hoe komt een hond nu aan die genen?
Bij de paring van de vader en de moeder, krijgt de pup van zijn vader de ene helft van elk genenpaar, en van zijn moeder de andere helft. Samen vormt dit het nieuwe genenpaar van de pup, wat onder andere bepaalt welke kleur hij zal krijgen.

Sable en tricolour
Daar de collie in verschillende kleuren voorkomt, moge het duidelijk zijn dat niet alle genen die voor de kleur verantwoordelijk zijn, hetzelfde zijn. Anders was het niet mogelijk dat er sable, tricolour en bluemerle collies zijn! Hieruit volgt, dat er genen moeten zijn voor sable, voor tricolour en voor bluemerle.
Men is er achter gekomen, dat deze verschillende genen zich niet hetzelfde gedragen. Namelijk, het sable gen is overheersend (dominant) en het tricolour gen is terugwijkend (recessief).
Als het sable gen een paar vormt met een ander sable gen, zal het puppy sablekleurig worden. Het heeft dan namelijk geen genen voor een andere kleur dan sable. Als deze hond op zijn beurt vader of moeder wordt, zal het de helft van zijn genenpaar doorgeven aan zijn nakomelingen. Daar zijn genenpaar sable / sable is, kan het alleen maar een gen voor sable vererven. Wij noemen dit fokzuiver.
Als het sable gen echter een paar vormt met een tricolour gen, zal het sable gen, het tricolour gen overheersen en de betreffende collie dan ook sablekleurig zijn. Deze collie is echter in staat om zowel sable als tricolour nakomelingen te geven, omdat zijn genenpaar sable / tricolour is. Wij noemen dit fokonzuiver.

Hoe kan het dan dat er tricolour collies zijn?
Elke tricolour collie heeft twee genen voor tricolour. Dit kan niet anders, want (zoals we al gezien hebben) is het tricolour gen recessief (terugwijkend). De enige manier waarop dit “verlegen” gen tevoorschijn komt, is als het een paar vormt met een ander tricolour gen.

Zo hebben we dus 3 verschillende genenparen ontdekt
1 Sable / Sable: de collie ziet er sable uit.
2 Sable / tricolour: de collie ziet er sable uit, vanwege het terugwijken van het tricolour gen tegenover het dominante sable gen.
3 Tricolour / tricolour: de collie ziet er tricolour uit, vanwege het niet aanwezig zijn van een gen dat overheerst over de twee recessieve tricolour genen.

NB  We schrijven in schema’s Sable met een hoofdletter en tricolour met een kleine letter om duidelijk te maken dat het sable gen overheerst (dominant is) en het tricolour gen terugwijkt (recessief is).

We hebben hiermee echter het bestaan van een bluemerle collie nog niet verklaard.
Een bluemerle is eigenlijk een tricolour die een merle gen bezit. Dat merle-gen woont echter op een andere locus, en zorgt ervoor dat de zwarte kleur plaatselijk verdund wordt. Hierdoor ontstaan de grijze gedeeltes die een bluemerle kenmerken.
Een bluemerle heeft dus een genenpaar tricolour / tricolour op de ene locus, waardoor hij er eigenlijk als een tricolour zou moeten uitzien, doch hij heeft op een andere locus het verdunnende merle-gen.
De genen op de locus die de merle factor bevat, zijn niet dominant of recessief, zals sable of tricolour. Beide genen hebben een meer of minder gelijke invloed. Dit noemen we een intermediaire vererving.
Bij een bluemerle collie is het ene gen op deze locus er een voor niet-merle, en het andere er een voor de merle factor. Door deze mengvorm (gedeeltelijk merle) krijgt de hond grijze platen in de donkere vachtdelen.

Paart men twee bluemerle honden met elkaar, dan kunnen daar de volgende genen combinaties uit voorkomen:
– Tricolour / tricolour + niet-merle / niet-merle (ziet er tricolour uit),
– Tricolour / tricolour + Merle / niet-merle (ziet er blue merle uit), en
– Tricolour / tricolour + Merle / Merle. Dit laatste dier heeft een dubble merle factor.

Een onaangenaam neveneffect van de merle factor is echter, dat als het DUBBEL aanwezig is (dus als de hond twee genen voor de merle factor heeft) het ook de vorming van het gehoor en de ogen bij het puppy in wording beïnvloedt. Deze witte collies zijn dan ook meestal blind en / of doof. Ook sterven ze vaak vroegtijdig. Worden ze toch volwassen, dan zijn ze meestal steriel en niet tot voortplanting in staat. Omdat de witte honden in het algemeen vroegtijdig sterven, nomen we de merle factor in dubbele toestand ook wel een subletale erffactor.

Ziehier dan ook de reden waarom de combinatie bluemerle x bluemerle in Nederland NIET geoorloofd is: 25% van de pups die geboren worden uit zo’n paring zullen de dubbele merle factor bezitten, en dus meestal blind en / of doof zijn.

Bij een bluemerle is de merle factor enkel aanwezig. Een tricolour bezit helemaal geen merle factor. Een paring van een tricolour met blue merle levert dan ook geen gevaar op voor een dubbele merle factor in de pups.

Ook de combinatie sable x bluemerle is in ons land verboden. Nu u weet hoe de merle factor in DUBBELE toestand werkt, zult u ook begrijpen waarom deze combinatie verwerpelijk is.

De merle factor zou zo namelijk in de sable terechtkomen, waar hij als zodanig verborgen kan blijven. Zouden twee sables die deze merle factor dragen, met elkaar gepaard worden, dan zou de merle factor weer in dubbele vorm kunnen optreden, met alle gevolgen van dien.

Het onderstaande schema geeft weer wat wij duidelijk hebben proberen te maken. De percentuele verdeling heeft betrekking op een groot aantal pups, ongeveer 100, en kan dan ook niet verwacht worden in een enkel nest.

Kleurenschema

NB We laten hier de Amerikaanse witte collie buiten beschouwing, daar deze kleur in ons land NIET erkend wordt. Deze witte collie heeft niets met de witte collie te maken die kan ontstaan uit een bluemerle x bluemerle combinatie.