TREIBBALL

Treibball is in Nederland nog een relatief jonge hondensport, die op dit moment heel erg aan populariteit wint. Het is een sport om gewoon lekker bezig te zijn met uw hond, maar u kunt ook meedoen aan wedstrijden. Het is in tegenstelling tot veel andere sporten, ook geschikt voor jonge honden, oudere honden en honden met een beperking.

Treibball is afgeleid van het schapendrijven, alleen zijn de schapen veranderd in grote gymnastiekballen die in een doel gedreven moeten worden. De sport is bedacht door een in Duitsland wonende Nederlander, Jan Nijboer. Hij is begonnen om de sport in Duitsland op de kaart te krijgen, en daar is het dan ook al een populaire sport, waar allerlei rassen aan meedoen. De sport is niet alleen bedoeld voor veedrijvers en hoedende honden, maar voor alle type honden. Net als bij het schapendrijven zijn controle, rust en beheersing belangrijke onderdelen. Het is absoluut niet de bedoeling dat de hond als een jekko met alle ballen over het veld gaat.

Afhankelijk van het niveau van de combinatie, wordt er gewerkt met 1 tot maximaal 8 ballen tegelijk. Ook is de afstand per niveau variërend, namelijk van 5 tot 20 meter. De ballen liggen in het midden van het veld in een soort driehoek, vergelijkbaar met de opstelling bij poolbiljarten. Aan de rand van het veld staat een doel van 3 meter breed, hierin staat de handler samen met zijn hond. Dan is het de bedoeling dat de hond achter de achterste bal gestuurd wordt en gaat zitten, liggen of staan. Het is de bedoeling dat de hond wacht met de bal naar de handler te drijven tot hij hiervoor een commando krijgt. Hierin moet de hond dus beheersing laten zien. Zodra hij een commando krijgt is het de bedoeling dat hij de achterste bal naar het doel drijft. Als de achterste bal in het doel is, mogen de andere ballen in willekeurige volgorde naar het doel gedreven worden. De hond leert te drijven door met zijn neus tegen de bal aan te pushen, hij mag hiervoor niet zijn bek of poten gebruiken.

Wedstrijden
Het is ook mogelijk om bij de treibball wedstrijden te lopen. U hoeft hiervoor geen werkboekje of start­licentie te hebben en de hond hoeft geen stamboom te hebben. Wel moet de hond minimaal 12 maanden zijn. Door het jaar heen worden er verschillende wedstrijden georganiseerd door Treibball Nederland. In de winter wordt gebruik gemaakt van binnen­locaties, zoals in een manege, en in de zomer worden de wedstrijden georganiseerd op gras. De agenda van de wedstrijden is te vinden op www.treibball.nl

Er zijn bij treibball 5 verschillende niveaus
De startersklasse: Het startersniveau is ingesteld om nieuwkomers in de treibballsport te laten wennen aan de wedstrijdsfeer en de instap tot het lopen van wedstrijden laagdrempelig te houden. In dit niveau wordt er uitsluitend met 1 bal tegelijk gewerkt en heeft de hond 2,5 minuut de tijd om 5 ballen binnen te halen. De afstand van goal tot bal is 5 meter.

– Niveau A
Bij niveau A liggen er 3 ballen in een driehoekvorm opgesteld, waarbij de hond eerst de achterste bal moet binnenhalen en dan pas de andere twee binnen 10 minuten. De afstand van goal tot bal is 10 meter.
– Niveau B
Bij niveau B liggen er 6 ballen in een driehoekvorm opgesteld, waarbij de hond eerst de achterste bal moet binnenhalen en dan pas de andere vijf binnen 10 minuten. De afstand van goal tot bal is 10 meter.
– Niveau C
Bij niveau C liggen er 6 ballen in een driehoekvorm opgesteld, waarbij de hond eerst de achterste bal moet binnenhalen en dan pas de andere vijf binnen 10 minuten. De afstand van goal tot bal is 15 meter.
– Niveau D
Bij niveau D liggen er 8 ballen in een driehoekvorm opgesteld, waarbij de hond eerst de achterste bal moet binnenhalen en dan pas de andere zeven binnen 10 minuten. De afstand van goal tot bal is 20 meter.

Naast de niveaus bestaat er een indeling per type hond. De honden uit rasgroep 1 (herdershonden en veedrijvers) zitten in de groepen 1 (>40 cm schofthoogte) en 2 (<40 cm schofthoogte). Dit geldt ook voor honden die een kruising zijn van één of meerdere rassen uit deze rasgroep. Alle andere rassen en kruisingen zitten in de groepen 3 (>40 cm schofthoogte) en 4 (<40 cm schofthoogte).
Per groep wordt er wedstrijd gelopen, waarbij de kleinere honden met kleinere ballen werken dan de grote honden. De eisen en regels zijn per groep gelijk. Een Schotse Herdershond komt uit in groep 1.
Op een wedstrijd in Nederland wordt er altijd een verplicht onderdeel gelopen en een spelonderdeel. Het verplichte onderdeel is het drijven van de ballen naar een doel. Het spelonderdeel kan variëren van een parcours, dirigeren of een tijdgambling. Alleen het verplichte onderdeel telt mee voor eventuele promotie naar een volgend niveau.

Leuke oefening om thuis te trainen als voor­bereiding voor het pushen van de treibball
Lijkt treibball u wel wat en wilt u thuis vast wat pro­beren? Dan kunt u zonder een treibball al beginnen met het aanleren van een aantal oefeningen, zoals bijvoorbeeld de push. Neem een aantal voertjes, als u gewend bent om met een clicker te werken een clicker, maar het kan natuurlijk ook zonder en een stukje duck tape. Plak een stuk duck tape van ongeveer 8 bij 8 cm aan de binnenkant van een van uw handen. Bied vervolgens uw hand aan op neushoogte van de hond, dan zal de hond interesse tonen in uw hand en op het moment dat hij met zijn neus in de richting van uw hand gaat, clickt u of zegt u dat hij het goed doet en gooit u een voertje op de grond. Het handige van een voertje op de grond gooien is dat hij zijn neus weer weg heeft bij het stuk tape, waardoor hij meteen weer opnieuw naar uw hand toe kan met het stuk tape.
Nu wilt u dat hij uw hand ook aanraakt. Als hij hem heel kort aanraakt, dan clickt u en gooit u het voertje weer weg op de grond. Dit herhaalt u een aantal keer.
Als hij elke keer meteen uw hand aanraakt, dan gaat u afwisselen, door uw hand op een andere plek aan te bieden, meer naar links of meer naar rechts of juist iets hoger of iets lager. Of juist de tape op uw andere hand.
Maar hou per keer uw sessie kort, zodat uw hond het leuk blijft vinden om te doen. Ga niet zo lang door dat de hond het eigenlijk niet meer leuk vindt. Het beste is te stoppen op het moment dat de hond aangeeft nog een keer te willen, dan gaan ze met meer motivatie de volgende keer weer wat leuks doen.
Als uw hond dit eenmaal kan, dan mag u het een stapje moeilijker maken, door de hond te gaan leren duwen. U clickt nu niet direct voor het aanraken, dan zult u merken dat de hond denkt ‘huh, waarom krijg ik nu niks’ en dan doet hij de tweede keer harder zijn best, en dat is het moment van clicken. U mag het commando erbij gaan gebruiken op het moment dat u voelt dat uw hond echt tegen uw hand gaat duwen. Ook hier gaat u uiteindelijk weer afwisselen, maar als u merkt dat uw hond het even niet meer weet, maak het dan weer eventjes iets makkelijker en beloon hem sneller, dan bent u zo weer op een stapje vooruit. Als u hond al wat begint te duwen, dan gaan we over op het open- of dichtduwen van deuren. Begin met uw hand tegen de open deur en duwt uw hond meteen, dan mag u de duck tape op de deur plakken. Haal na een sessie wel de tape weer weg. Uiteindelijk kunt u het stuk duck tape op de treibball plakken en kunt u hond heel makkelijk de bal leren pushen, omdat hij al weet wat push betekend.

Veel plezier!

Foto: M. v. Rotterdam